• De eerste jaren

    Dit deel beschrijft de jaren 1946-1963, vanaf de oprichting tot de verhuizing naar Sportpark Metgensbleek.

  • De oprichting

    In 1946, een jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, keerde het normale leven terug in Nederland. In deze periode werden in het hele land, waaronder Amersfoort, buurtverenigingen opgericht met als doel het organiseren van bevrijdingsfeesten en herdenkingen.

    Ook in de Coninckstraat, waar momenteel “De Flint” is gevestigd, werd een dergelijke vereniging gevormd. De buurtvereniging richtte zich op recreatie voor haar leden en stond onder leiding van voorzitter Fred Urlings, die al beschikte over bestuurlijke ervaring binnen de voetbalwereld.

    De vereniging rond de Coninckstraat en De Teut kende een gevarieerde ledenkring, bestaande uit zowel oudere als jongere en sportieve als minder sportieve inwoners. Enkele leden waren actief in de duivensport, maar een groeiende groep, met name voetballiefhebbers, toonde belangstelling voor de oprichting van een voetbalafdeling. Het initiatief hiertoe werd genomen door Gerard Klok, Jan Stomphorst en Peet Geurtsen.

    Dit initiatief vond breed draagvlak binnen de vereniging. Vergaderingen vonden plaats in café “De Luifel” aan de Coninckstraat, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van een voetbalafdeling als onderdeel van de bestaande buurtvereniging. In 1946 werd vervolgens tijdens een speciale vergadering besloten de buurtvereniging om te vormen tot een zelfstandige voetbalclub. De officiële oprichtingsdatum is 1 september 1946. Dat is een paar maanden na de oprichting van de verenigingen Hoogland (1 juni 1946) en Hooglanderveen (14 juni 1946) en een paar weken voor de oprichting van Roda ’46 (15 september 1946).

    De drie initiatiefnemers namen zitting in het bestuur, waarbij de heer Peet Geurtsen, ook bekend als "Rooie Peet", verantwoordelijk werd voor de training van de leden. Fred Urlings werd de voorzitter.

    De naam van onze vereniging, Cobu Boys, werd in die tijd bedacht. Tot op heden blijft het voor sommige leden, bezoekers en tegenstanders vaak een raadsel waar de naam vandaan komt. Fred Urlings was degene die met het idee kwam: "Coninckstraat Buurt" werd afgekort tot "Cobu", terwijl "Boys" vlak na de oorlog een populair woord was. Zo ontstond snel en trots onze naam: “COBU BOYS”.

    Cobu Boys deed destijds zijn naam eer aan. Gerard Klok, een van de oprichters, woonde op Coninckstraat 73; Dick van der Heijden op nummer 75, met Fred Urlings als onderhuurder. Joop Troost woonde op 79 en Wim van de Flier op nummer 81.

  • De beginjaren

    Voor het jubileumboek ter ere van 40 jaar Cobu Boys werd door Cor Verhaar teruggeblikt op de begintijd van de voetbalvereniging. Zijn eerste kennismaking vond plaats op het veld aan de Rubensstraat, waar hij samen met zijn broer werd gevraagd mee te spelen met acht anderen: Johan Bogers, Kees Wery, Joop Troost, Huub Fremouw, Gerard Klok, Wim Beijen, Wim ter Beek en Piet ter Wilde. Na die eerste wedstrijd volgden meer spontane potjes tegen teams als Posthoorn en Phoenix.

    Na afloop van een van deze duels, tijdens het napraten op de hoek van de Van Bemmelstraat en Leusderweg, ontstond het idee om officieel deel te nemen aan de zomeravondcompetitie van 1947. Ter plekke legden ze gezamenlijk een gulden neer voor de aanschaf van hun eerste bal.

    In die allereerste competitie leverde Cobu Boys een fel gevecht om het kampioenschap met “De Posthoorn”. Beide verenigingen eindigden gelijk, maar in de beslissende wedstrijd trok het jonge Cobu Boys toch aan het kortste eind.

    Een bijzonder detail uit die tijd is het gebaar van mevrouw Kok, die voorafgaand aan de finale elf rode shirts wist te maken. In een periode waarin textiel schaars was, slaagde zij erin NSB-vlaggen om te toveren tot prachtige shirts in de clubkleuren – een prestatie die bij veel Amersfoortse teams bewondering afdwong.

    De Cobu Boys begonnen echt op dreef te komen. Het jaar daarop, in het seizoen 1947/1948, durfden ze zelfs deel te nemen aan de 3e klasse van de zaterdagmiddagcompetitie van de Utrechtse Provinciale Voetbalbond (UPVB). De keuze voor zaterdag was praktisch: veel leden waren oud-spelers of supporters van zondagteams, vooral HVC, en zo konden ze op zondag hun favoriete club volgen en zelf op zaterdag voetballen.

    Het debuut leverde direct een mooie derde plek op, al zijn er van de toenmalige verenigingen nu nog maar weinig actief op het veld terug te vinden. Destijds woonden vrijwel alle spelers en leden nog midden in de Amersfoortse binnenstad. Amersfoort was in die tijd natuurlijk veel kleiner – buiten het Valleikanaal lag er geen stad, met wijken als Rustenburg, Liendert, Schothorst of Zielhorst bestonden nog niet.

    Ook toen al waren de clubs verdeeld over de stadswijken: CJVV en Quick zaten in Randenbroek, Amsvorde hoorde bij het Leusderkwartier, APWC en Cobu Boys behoorden tot de Teut en de binnenstad, terwijl HVC en KVVA thuishoorden in het Soesterkwartier. Hoogland en Hooglanderveen waren katholieke verenigingen die ver weg lagen en alleen op zondag speelden, waardoor er nauwelijks contact mee was.

  • De eerste successen

    Het allereerste jaar speelde Cobu Boys de thuiswedstrijden op de Bokkeduinen, op het veld waar later SOVA ’54 ging spelen. Na dat eerste jaar ging Cobu Boys inwonen bij Amersfoortse Boys tot 1963.

    De eindstand van die allereerste officiële competitie in het seizoen 1947-1948:

  • Vereniging wedstrijden punten voortegen opmerking
    OG14 26 67 24 Ons Genoegen uit Zeist
    NVV 14 18 47 32 Naardense Voetbal Vereniging
    Cobu Boys 14 17 56 31
    SOVA 14 17 56 38 Voorloper van SOVA '54
    Wit Rood 14 16 57 50 Uit Amersfoort
    Moubal 14 7 27 40 Uit Zeist (plaatwerkfabriek)
    HVVO 14 5 3472 Buurtclub VVO uit Harderwijk
    NSC 14 0 17 74 NSC Nijkerk
  • Het daaropvolgende seizoen 1948-1949 bracht al het eerste echte succes. Niet alleen verhuisde de jonge vereniging naar het terrein aan de Rubensstraat, maar vooral doordat zowel het 1e als het 2e elftal kampioen werd en promoveerden naar de 2e klasse en de reserve 2e klasse van de UPVB. Bij deze gebeurtenis bood een damescomité een clubvlag aan, die we vandaag de dag nog steeds in het clubhuis aanwezig hebben al is na 60 jaar de tand des tijds goed zichtbaar.

    In dat betreffende seizoen eindigde Cobu Boys als eerste, met 23 punten uit 14 wedstrijden. Even ter herinnering, je kreeg toen maar 2 punten per gewonnen wedstrijd. Van de 14 wedstrijden werden er 11 gewonnen, 2 verloren en 1 wedstrijd eindigde in gelijkspel. Het doelsaldo was 38 voor en 10 tegen.

    Die eerste vijf jaren was Cobu Boys één echte grote familie, zowel letterlijk als figuurlijk door de vele directe familiebanden. Bovendien was nog goed merkbaar dat de club zijn oorsprong vond in een buurtvereniging.

    De hele sfeer binnen de club, maar ook het randgebeuren rond het voetballen in die tijd is voor de huidige generatie waarschijnlijk een volkomen onbekende en onvergelijkbare grootheid. Buiten het voetballen om trof men elkaar in het “clubhuis”: café De Luifel van Cor de Jong en later bij Kreijnen aan de Hogeweg.

    Het transport naar en van de uitwedstrijden vond de eerste competities plaats per veewagen, waarin banken geplaatst werden nadat de laadbak was schoongeveegd. Eén van deze uitwedstrijden herinnert Cor Verhaar zich nog goed. “We hadden een bekerwedstrijd in IJsselstein en gingen daar per veewagen heen. Het had 's morgens flink gevroren en het veld leek eerder op een ondergelopen ijsbaan, dan op een voetbalveld. We moesten ons wassen in de sloot en de kleren langs de kant op een hoop leggen. Die boeren maakte dat alles niets uit en wij verloren met 14 - 0.”

    In september 1951 vond het eerste lustrum plaats, hetgeen uitbundig gevierd werd in het KAB-gebouw. Wist U dat bij deze gelegenheid het Cobu Boys clublied voor het eerst officieel werd gezongen?

  • Cobu Boys in bloei

    De sportief succesrijkste perioden van onze club in die tijd lagen in de tweede helft van de vijftiger jaren en het begin van de zestiger jaren. In het mooie seizoen 1955-1956 werd het kampioenschap behaald in de 2e klasse A van de afdeling Utrecht. De eindstand in die competitie: 14 wedstrijden gespeeld - 26 punten en tevens werd het 3e team kampioen.

    Het bestuur hield de kampioensreceptie toen in het toenmalige clubgebouw Achter de Kamp numero 4. Het volgende seizoen al kon men de sprong maken naar de grote bond. In dat seizoen 1956-1957 werd weliswaar geen kampioenschap behaald, maar de tweede plaats achter IJsselmeervogels 2 gaf recht op promotie naar de 4e klasse van de KNVB.

    De slotwedstrijd werd een 7 - 0 overwinning op de Merino's. De eindstand in dat seizoen was uitstekend. In totaal 18 wedstrijden, 29 punten met een doelsaldo van 75 treffers voor en slechts 29 tegen. Zoals u kunt zien een mooi doelsaldo in 18 wedstrijden.

    Voor het vervoer naar de uitwedstrijden werd langzamerhand de veewagen ingeruild voor de bus, want bijna niemand beschikte nog over een auto. De vereniging betaalde toen de bus “Amersfoorts bloei” met vaak als opschrift “vervoer eerste team”. De bus vertrok van de Coninckstraat bij de voorzitter. Dick van de Heijden kan zich herinneren dat hij als jeugdspeler altijd hoopte op een plaatsje in de bus. Zelfs enkele scheidstrechters reden dan af en toe mee, maar stapten meestal vlakbij de plaats van bestemming uit om neutraal te blijven.

    Kleurrijke spelers uit die periode waren onder anderen Manus Dijkhuizen - het betrouwbare sluitstuk van de defensie en alom gewaardeerd aanvoerder, Bertus Boshuizen - de back met het beruchtste schot uit de regio, Cees Dijl - die meer dan 250 wedstrijden voor Cobu Boys speelde, Toon Arends - de snelle en rappe vleugelspeler, Co de Neling - de spil waar alles om draaide en Jan Stomphorst, die 15 jaar lang als grensrechter zijn ploeg steunde. Daarbij mag ook niet vergeten worden Leen Stomphorst: volgens Manus Dijkhuizen de beste keepertrainer die hij ooit gehad heeft en dat mag rustig als compliment gelden!

    Het systeem dat toen gehanteerd werd, was het zogenoemde stopperspil systeem. Drie man achterin, met twee backs en de stopperspil. Twee man op het middenveld, alleen een linkshalf en een rechtshalf. Dan de 5-mans voorhoede met een links- en rechtsbuiten, een links- en rechtsbinnen en een spits.

    In die tijd passeerden redelijk veel trainers de geschiedenis van Cobu Boys. Een aantal kwam van HVC, waar ze betaald voetbal gespeeld hadden. Na een trainingscursus was Cobu Boys een mooie club om te starten. Op deze manier kwam Cobu Boys aan een paar goede trainers zoals Wil Boerboom en Leen te Kulve.

    In 1961 vierde Cobu Boys zijn 3e lustrum met een achtkamp. Een schitterende zomerdag met de onderdelen 100 meter hardlopen, doelschieten, verspringen, 800 meter hardlopen, touwtrekken, hindernisbaan, koppen en hoogspringen.

    Prima georganiseerd door secretaris Henk de Vries en trainer Leen te Kulve en geassisteerd door de onvermoeibare terreinknecht Aart Traarbach. Winnaar werd Marius van de Flier en tweede werd “veteraan” Cor Scheerder, tevens penningmeester en derde werd Klaas van Alphen.

    Op de betreffende jaarvergadering in dat jaar 1961 vermeldde het jaarverslag nog een ledental van 350, waarvan zeker 100 jeugdleden. Het was in alle opzichten een bloeiende periode, waarbij de mogelijkheden tot verjonging van het 1e team ruim aanwezig waren.

    Nieuwe spelers dienden zich aan als Dick van der Heijden, Eppie Walet, Adrie Meijer en vele anderen. Met wisselend succes werd er gespeeld, getuige de krantenkoppen en wedstrijdverslagen. Uit die tijd kan Dick van de Heijden zich herinneren dat hij veel duels uitvocht met de rechtsback van Jonathan, die bij de politie werkte. Onze Dick was op dat moment dienstplichtig militair en hoe het kwam weet hij niet meer, maar in een wedstrijd werden beide spelers het veld uitgestuurd. Door een scheidsrechter die ook militair bleek te zijn…

    In die periode kwam het overigens voor dat voorzitter Urlings de spelers betaalde! Op die manier konden de dienstplichtige spelers zich vrijkopen uit de militaire dienst tijdens het weekeinde, zodat Cobu Boys toch maar op volle sterkte kon aantreden.

    Destijds stond Cobu Boys in Amersfoort bekend als een bescheiden en onopvallende club. Het team speelde met twee snelle buitenspelers, Dick van der Heiden en Eef van de Flier, en had met Ep Walet een sterke spits voorin. Hun spel was eenvoudig: de bal werd vaak diep gespeeld naar de buitenspelers, waarna er een voorzet volgde richting spits. In die periode waren de verdedigers doorgaans ouder dan de jonge aanvallers, en moesten ze het regelmatig opnemen tegen deze frisse krachten. Spelers als Bertus Boshuizen, Co de Neeling en Gerrit Huizendveld vormden samen een betrouwbare defensie. De tegenstanders konden ervan uitgaan dat ze hen nog wel eens zouden treffen als ze zich misdroegen tegenover de jonge voorhoedespelers.