• 2026, Cobu Boys 80 jaar jong

    1 jan 2026
  • Om te beginnen wens ik je een heel gezond en gelukkig 2026 toe. Net als jij realiseer ik me dat dit tegenwoordig niet vanzelfsprekend is. Er zijn immers genoeg uitdagingen in Nederland en wereldwijd om het hele jaar somber te zijn. Toch kies ik ervoor dat niet te doen, want van nature ben ik optimistisch ingesteld.

    Het bijzondere aan 2026 is dat onze vereniging een jubileum viert: op 1 september 2026 bestaat Cobu Boys namelijk 80 jaar! Misschien denkt u nu: is het 75-jarig jubileum dan al vijf jaar geleden? Ja, dat klopt…

    Hoewel ik nog niet weet wat de plannen van de vereniging zijn voor het vieren van dit 80-jarig jubileum, zal ik in deze blog over de historie van Cobu Boys hier zeker aandacht aan besteden.

  • Ik begin met een advertentie van Café De Luifel, waarin de eigenaar zijn klanten een gezegend nieuwjaar wenst. Deze advertentie stond in december 1947 in het Dagblad van Amersfoort. Het adres van Café De Luifel is Coninckstraat 40, op de hoek van de Coninckstraat en De Teut. Je kunt je voorstellen dat veel leden van Cobu Boys, die in de buurt woonden, daar vaste klant waren. In het oudste jubileumboek staat zelfs vermeld dat de eerste bestuursvergaderingen in dit café werden gehouden. Rond de jaarwisseling, zo'n 80 jaar geleden, speelde het verenigingsleven zich dus ook af bij Café De Luifel. Later was de naam Café De Poth. De foto’s komen uit de fotocollectie van Archief Eemland.

    Start het jaar ontspannen en ontdek hoe onze vereniging is ontstaan in de Coninckstraat-buurt. Het is een uitgebreid verhaal, maar je steekt er meteen veel op over de geschiedenis van Amersfoort. Nu het jaar net begonnen is, kun je rustig de tijd nemen om alles te lezen.

  • Om de geschiedenis van de Coninckstraatbuurt en daarmee de oorsprong van de naam Cobu Boys goed te begrijpen moeten we diep het verleden induiken. Amersfoort ontving op 12 juni 1259 stadsrechten van de Utrechtse bisschop, maar was destijds - net zoals veel andere steden toen - nog bescheiden van omvang; stel je een stenen kerk voor omringd door simpele houten woningen. Het centrale punt was de Hof, waar nu de toren van de Sint-Joriskerk staat. Dankzij de stadsrechten bouwden de inwoners een stadsmuur, en vandaag de dag zie je daar nog steeds het resultaat van: de Muurhuizen zijn namelijk op die allereerste muur gebouwd. Binnen deze muurgordel, tegenwoordig omgeven door de straten Muurhuizen, Breestraat en Krankeledenstraat, verrezen steeds meer houten gebouwen, want bouwen in steen was alleen voor kerken weggelegd.

    De kleine stad bleef groeien. Rond 1400 werd besloten een tweede stadsmuur te plaatsen, binnen de grenzen van de Flierbeeksingel, Scheltussingel, Schimmelpenninckkade, Smallepad en Stadsring. Langs Plantsoen Noord staan er vandaag de dag nog delen van deze tweede omwalling overeind. Op een oude plattegrond van Jacob van Deventer uit ongeveer 1560 is deze tweede ring met onder meer de Koppelpoort, Bloemendalse Buitenpoort, Coninckspoort (!!!) en Kamperbuitenpoort duidelijk te herkennen. Dat waren de plekken waar je de singels overstak: via de Coninckspoort en de Coninckstraat kwam je de stad Amersfoort binnen of verliet je haar weer. Op die kaart zie je het centrum en de singels al mooi weergegeven.

  • We nemen eerst een kijkje bij de Coninckstraat. Deze straat loopt van de Kamp tot aan de Scheltussingel, net buiten het oude stadscentrum. Je vindt hem als eerste links na de Kamperbinnenpoort vanaf de Langestraat. De Coninckspoort zelf bestaat inmiddels niet meer; deze werd in de eerste helft van de negentiende eeuw verwaarloosd en uiteindelijk afgebroken.

    Hoewel de Coninckstraat tegenwoordig misschien onopvallend lijkt, kent ze een lange geschiedenis die eeuwen teruggaat. De naam verschijnt voor het eerst in 1495, maar is vermoedelijk nog ouder. In 1394 kreeg Deric de Coninc een stuk land buiten de stad, Teut genaamd, in leen van de Utrechtse bisschop. Toen de tweede stadsmuur werd gebouwd, werd dit gebied noordoostelijk van de stad erbij getrokken. De belangrijkste straat werd de Coninckstraat genoemd: de weg naar de grond van Deric de Coninc.

    Er is echter ook een andere verklaring mogelijk. De naam Conickstraat kan ook “koningsstraat” of “hoofdstraat” betekenen. Wellicht is de straat dus zelfs ouder dan het leengoed, en ontleende Deric zijn familienaam juist aan deze straat: Deric van de Conickstraat.

    De Teut en de Conickstraat worden al rond het jaar 1400 genoemd, gelegen tussen de binnenste en de buitenste ommuring van de stad Amersfoort. Wat gebeurde er in de buurt van de Conickstraat, wie woonde daar?

    Het werd een buurt met een mooi en zorgzaam karakter. Vergeet niet dat in de Middeleeuwen besmettelijke ziektes heersten. In zekere zin was er toen ook sprake van quarantaine en lock-down. De ernstig zieken en besmettelijke mensen mochten de stad niet in, zij werden buiten de muur van de oude stad Amersfoort gehouden. Zij werden in het gebied tussen de binnenste en buitenste ommuring verpleegd. Inderdaad, ook in de buurt van de Coninckstraat.

    De zorg voor de zieken en andere behoeftigen werd in Amersfoort redelijk systematisch aangepakt: er kwamen huizen waar deze mensen onderdak en verzorging konden vinden. In Amersfoort gebeurde dat in de veertiende eeuw ook, via het Wandelhuis van de Heilige-Geestbroeders. Deze broeders gingen met een pot voedsel langs bij arme mensen thuis. Daarom worden ze wel Pothbroeders genoemd. Begin zestiende eeuw deelden ze afgemeten porties (of proven) uit in het nog steeds bestaande Provenhuis achter de Coninckstraat.

    Zo kwamen in die eeuw ook Amsterdamse celzusteren naar Amersfoort. Deze zusters hielden zich bezig met het verplegen van pestlijders. Lijders aan de pest mochten de stad niet in. Zij werden buiten de poorten verpleegd en verzorgd in wat tegenwoordig het hofje van “De Armen de Poth” is. Daar staat een kapel, toegewijd aan de pestheilige bij uitstek: Rochus. Er stond ook een pesthuis waar de celzusteren de zieken verpleegden. In 1892 werd dit Pesthuis afgebroken om plaats te maken voor proveniershuisjes.

    Aan de Coninckstraat is tussen de nummers 65 en 69 het poortje van Stichting De Armen de Poth. Daar zijn de proveniershuisjes, de bakkerij, de celzusterenkamer en de regentenkamer, en de Sint-Rochuskapel waar een maquette staat van het gehele hofje.

    Maar wacht eens, dat poortje ken ik! Dat is toch…., even zoeken. Ja! Dat poortje staat op de voorkant van ons allereerste jubileumboekje, dat verscheen bij het 40-jarig bestaan in 1986. Dat is geen toeval, dat tekent de oorsprong van Cobu Boys.

    Interessant is ook de tweede foto op dat jubileumboekje: op de gevel van de kantine op Sportpark Isselt staan de letters van "Cobu Boys", die ook vandaag de dag nog op de voorkant van ons clubhuis op Sportpark Zielhorst staan. 

  • Terug naar vandaag: het is niet verrassend dat de geschiedenis van Amersfoort weerspiegeld wordt in de straatnamen van deze wijk, zoals de Celzusterenstraat, de Teut, Sint Annastraat, Pothstraat en uiteraard de Conickstraat. In 1946 – inmiddels tachtig jaar geleden – waren daar leden van Cobu Boys woonachtig, in de buurt rond de Coninckstraat. Dat is de oorsprong van onze clubnaam.

    Destijds deed Cobu Boys zijn naam echt eer aan. Gerard Klok, die mede aan de wieg stond van de club, woonde op Conickstraat 73; Dick van der Heijden op nummer 75, samen met Fred Urlings als onderhuurder. Joop Troost had zijn thuis op nummer 79 en Wim van de Flier op 81.

    Zo leidt de nieuwjaarswens uit 1947 van Café De Luifel ons via de stadsgeschiedenis opnieuw naar het verhaal van Cobu Boys zelf – de Coninckstraatbuurt, op de achterkant van ons wedstrijdshirt.

    01-01-2026, Aaldert Hofman